De meest vervelende onkruiden in de tuin

Als tuineigenaar kom je het liefst zo snel mogelijk in contact met onkruid. Onkruiden zijn in principe alle planten die op een plek groeien waar ze niet thuis horen en derhalve ongewenst zijn omdat ze onze mooie planten schade toebrengen door deze hun voedsel, groeiplaats en licht te ontnemen. Het zijn dus niet altijd wilde planten om toch onkruid genoemd te kunnen worden. Als je in de moestuin op een perceel waar het jaar ervoor aardappelen stonden tijdens de volgende andere teelt nog achterblijfsel van aardappelplanten hebt, dan is de aardappelplant er op dat ogenblik niet gewenst en kan het als onkruid worden betiteld.

Dit zijn slechts uitzonderingen en de moestuinier of de eigenaar van een siertuin maakt zich het meest zorgen om de zaailingen van de inheemse flora. Liefhebbers van een ecologische tuin zullen zich echter veel minder of geen zorgen maken over netels in hun tuin en die zelfs als nuttige planten in hun tuin ervaren omdat het prima planten zijn voor sommige vlinders en daarnaast ook uitstekende planten zijn om er netelgier mee te maken om zo op een biologische wijze bladluizen mee te bestrijden. Wat voor de ene tuinier gewenst is kan voor de ander ongewenst zijn en men spreekt dan ook pas van onkruid als ze in concurrentie leven met de voor de tuineigenaar meer gewenste planten. Vaak zijn ze dan ongewenst omdat we ze niet nuttig of mooi vinden of omdat ze met andere meer geliefde planten in concurrentie staan. Bij die concurrentiestrijd zal de tuinier een beslissing nemen om zijn tuin niet te zien overwoekeren of  te laten verwilderen en het zijn lievelingsplanten zo ideaal mogelijk te maken.

In België & Nederland kennen we zo'n 1400 wilde plantensoorten en daarvan zijn er een grote 100 soorten die vaak in de tuinen opkomen.

 

Hieronder de meest voorkomende onkruidsoorten:

Zevenblad  (Aegopodium podagraria), heermoes of paardestaart  (Equisetum arvense) en hagewinde (Convolvulus sepium) kun je slechts kwijt raken door continue te blijven bestrijden. Door de planten telkens met de hak of schoffel te lijf te gaan zullen de grote lange ondergrondse wortels met energievoorraad uiteindelijk wel uitgeput raken en verdwijnen. Pak je deze onkruidsoorten niet aan, dan zullen ze de tuin in "no time" overwoekeren en zich jaar na jaar meer meester van de tuin maken.

ZEVENBLAD

Als we de top 3 nog beter bekijken vinden we daar 3 zeer hardnekkige wortelonkruiden terug, die na bestrijding keer op keer terug keren. Het zijn zeer sterke en taaie onkruiden die het spreekwoord 'Onkruid vergaat niet' zeker eer aandoen.

Je kunt deze hardnekkige soorten ook met de spitriek aanpakken, maar dat vraagt heel veel tijd en werk om alle wortelstukjes uit de grond te halen. Vergeet je toch stukjes van de ondergrondse worteluitlopers, dan zullen die stuk voor stuk terug opschieten. Geef dan zeker de moed niet op en hak ze tijdig weg. Het is wel belangrijk dat je de jonge onkruiden niet de kans geeft om terug goed boven de grond te komen met massa's bladeren. Als de planten eenmaal bladeren hebben, kunnen ze terug aan fotosynthese doen en energie aanmaken om te groeien maar ook om in de ondergrondse gedeeltes op te slaan. Het is dus een kwestie van die bovengrondse op tijd te vernietigen zodat ze ondergronds zonder voorraad raken.

HEERMOES / PAARDESTAART

Heermoes of de paardestaart heeft meters diepe ondergrondse wortelstok waardoor de plant moeilijk te bestrijden is.

Zit je met echt heel veel van een van die woekerende bijna niet uit te putten onkruiden dan kun je de plaats die door het zevenblad, heermoes of hagewinde ingenomen is leeg maken en er gazon van maken. Als je dan gedurende 1 a 2 jaar dat gazon regelmatig maait, dan worden die onkruiden feitelijk ook bijna wekelijks afgehakt door de maaimessen en op die manier raken ze ondergronds ook uitgeput. Daarna kun je van dat stukje gazon weer een plantenborder maken.
Indien het een grote onkruidplaats is in een border die je toch niet als gazon in kan zaaien, dan kun je ze eerst afhakken en de bodem netjes zaaiklaar leggen om er daarna een zwarte antiworteldoek overheen te spannen. Sommige tuiniers leggen ook soms een laag kartonnen dozen op de bewuste plek. Als die kartonnen dozen na een jaar verteerd zijn, zijn de onkruiden die op die plaats stonden ook grotendeels verdwenen.

Veel mensen proberen deze diepwortelende onkruiden te bestrijden met chemische sproeistoffen. Denk er dan aan dat je ook met pesticiden meerdere malen deze zeer hardnekkige onkruiden zal moeten bestrijden. De chemische actieve stoffen gaan nooit diep genoeg in de ondergrondse delen waardoor ze eveneens net zoals bij het hakken vaker terug bovengronds komen voordat ze uitgeput geraken. Als het over kleine oppervlaktes gaat, dan zijn deze al afgehakt vooraleer je de rugsproeier met de juiste dosis hebt gevuld. Bovendien is het goedkoper en milieuvriendelijker.

HAGEWINDE

Op de vierde plaats vinden we de klavers (Trifolium) aan als meest irriterende onkruid. Ook dat is goed te begrijpen als je bedenkt dat de meeste tuineigenaars een gazon hebben en dat daarin wel eens klavers zullen verschijnen. Waar klavers verschijnen is dit echter meestal een teken dat het gazon te weinig voedsel heeft gekregen. Klaver is dan eigenlijk zelfs nuttig, want die halen stikstof uit de lucht en slaan deze op in kleine knolletjes onder de grond.

KLAVER

Op de vijfde en zesde plaats staan dan weer netels (Urtica dioica) en distels. Dat zijn letterlijk zeer irritante onkruiden voor het geval je ze moet verwijderen. Een prik van een brandnetel is nog tot daar aan toe, maar distels steken dwars door dikke handschoenen heen en zijn vrij pijnlijk. Distels komen gelukkig niet zo vaak voor als brandnetels. Netels hebben ook lange, geelachtige ondergrondse wortelgestellen waardoor ze rap grote groepen kunnen vormen. Doordat deze wortels redelijk aan de oppervlakte liggen kun je ze bij nat weer vrij goed uit de grond trekken.
Let vooral op met mest van kippen, duiven. Daar waar stikstofrijke kippenmest als mest werd gebruikt zie je heel vaak massa's kleine brandnetels verschijnen. Met de gewiede brandnetels kan brandnetelgier worden gemaakt. De gezeefde brandnetelgier kun je dan in de tuin weer gebruiken als biologisch bestrijdingsmiddel tegen bladluizen. Daarenboven is de gier stikstofrijk en kan het net als gier van heermoes als  biologische meststof gebruikt worden.

BRANDNETEL

Op de zevende plaats treffen we de paardebloem (Taraxacum officinale) aan. Deze plant vormt een diepe penwortel en een bladrozet die laag tegen de grond aan blijft ook tijdens het maaien. Doordat je ze bij het maaien weinig schade kan berokkenen aan hun bladeren, geraken ze ook niet uitgeput en blijven ze doodleuk in het gazon aanwezig. Als je niet veel paardebloemen in het gazon hebt, kun je deze vrij eenvoudig verwijderen met een scherp mesje of met een penwortelsteker. Met dit daarvoor speciaal ontworpen gereedschap kun je de lange en diepe penwortel in één keer uitsteken. Rustend op de bolle kant kan de wortel zonder veel inspanning worden opgewipt door het handvat naar beneden te drukken.


PAARDENBLOEM

Kleefkruid (Galium aparine) is de nummer acht en kan in de zomer erg snel groeien. Ze trekken echter zeer gemakkelijk uit de grond, maar zijn wel vervelend als ze aan de kousen,.. blijven kleven. Trek kleefkruid uit de grond en gooi het bij de kippen. Ze zijn er dol op en leggen daardoor eieren met dikkere schalen.

KLEEFKRUID

Peemgras of kweekgras (Elytriga repens) is dat gras dat veel breder van bladhalm is en ook een stuk sneller groeit en anders van groen is dan het fijnere gazongras. Het groeit meestal in kleine toefjes, maar verspreidt zich zeer snel via de lange ondergrondse uitlopers. Voor de liefhebber van een net gazon kan het dan ook een frustratie zijn omdat die zich niet zo gemakkelijk laat bestrijden. In de plantenborder is het nog te rooien met een spitriek.

KWEEKGRAS

Vogelmuur (Stellaria media) sluit de top 10 af. Dit onkruid groeit weelderig op plaatsen met een hoog stikstofgehalte. Bijvoorbeeld op plaatsen waar je een dikke laag compostgrond of stalmest hebt aangebracht. In feite duidt dit onkruid op een zeer goede, rijke bodem. Trek het met de hand uit of hak het uit en laat het vooral niet in bloei komen. Geef het aan de kippen of aan de kanaries of parkieten, want die zijn er echt dol op op.

VOGELMUUR

Let er ook op als je planten wisselt of krijgt van iemand anders dat je ook niet alle onkruidsoorten mee naar jouw tuin neemt.